Een beo op jacht

Ton Oostveen

Ik ben aan het wandelen in de bossen van Lage Vuursche.
Vanaf het Koos Vorrinkhuis, waar mijn wandeling is begonnen, loop ik nu een rondje. Het is aan het einde van een drukke vergaderochtend. Op een saai moment, tijdens een vergadering met overwegend oudere mannelijke managers, dwaalden mijn ogen af naar hun schoeisel: opvallend gelijke halfhoge schoenen. Symbool van de mannelijke senior, die de uitdaging met zijn jongere opponent niet schuwt?
Voor onze productiemanager gaat dit zeker op. Hij is dan ook in topvorm, bijna zestig jaar oud loopt hij nog regelmatig marathons.
Zijn credo luidt niet voor niets: ‘stretching tot the limit’.

Maar dat was vanochtend, nu ben ik aan het wandelen. Het voelt goed om de werkindrukken van mij af te laten glijden.
De zomers manshoge adelaarsvarens zijn verschrompeld tot geknakte bruine planten van amper dertig centimeter hoog. De geur van de sparren is aangenaam verfrissend. En de afgevallen oranje-gele naalden van de lariksen voegen daar hun eigen lucht aan toe.
Het is toch wel guur winterweer en daarom besluit ik na driekwartier een kop warme thee te nemen.
In Lage Vuursche aangekomen, een dorpje op de Utrechtse Heuvelrug, valt mijn oog op een uithangbord aan de wit gekalkte gevel van een klein restaurant: ’t Jagershuis.
Dat lijkt mij wel wat, een ontmoeting met een jager.
Ik open de deur en tref binnen een gezellige drukte aan. Een sfeerverhogend ‘houtvuurtje’ lokt mij verder. Achterin is gelukkig nog een plaats vrij.
Als de serveerster een kop rooibos thee heeft gebracht, schuiven mijn benen als vanzelf languit onder het vierkante tafeltje.

Dan wordt er plots luidkeels en mooi gefloten. Verrast kijk ik rond, maar het gefluit komt vanachter een hoek die ik niet kan zien. Wel zie ik twee jonge, prettig uitziende mannen van rond de vijfendertig jaar oud. De ene heeft een kort geschoren kop met blond haar, terwijl de andere is getooid met een ruimer vallende bos bruine haren.
Het gefluit, steeds hoger en verleidelijker, is bedoeld voor één van deze twee mannen. Dat beseffen zij overigens pas nadat het gefluit ook na een paar minuten niet ophoudt. Eén van de mannen begint terug te fluiten, waarop weer gereageerd wordt met nog langere ‘trillers’. Nieuwsgierig geworden sta ik op en kijk om het hoekje. Daar zie ik een grote ijzeren kooi met daarin een dikke tak, waarop een zwarte beo zit. Een kluwentje touw bungelt vanaf de bovenkant tot net boven de bodem. Een beo, heeft net als een papegaai, het vermogen om geluiden en stemmen te imiteren. Maar hij schijnt bovendien intelligenter te zijn. Als hij mij gewaar wordt verschuift hij direct op zijn tak en blijft zijn aandacht op de mannen richten.
Hij is op jacht…

Nadat zij hun pannenkoek hebben verorberd onder een welgemeend: “smakelijk eten, smakelijk eten” , betalen zij de rekening en lopen naar de uitgang van het restaurant. Vol aanbidding kijkt de beo hen na met zijn zwarte kraaloogjes. Maar zij reageren daar niet op. Ze ‘zijn’ van elkaar. Ik besluit ook af te rekenen en verlaat het restaurant. En geniet nog lang na van de ontmoeting met die bijzondere jager.
Ton Oostveen

Website van Ton: tonoostveen.nl